WENCESLAS 08/10/2016 – 30/10/2016

wenceslasweb

L’ANGOISSE D’U PEINTRE

Le peintre, dans son atelier, devant son chevalet, est seul, désespérément seul.

J’ai connu, et je connais encore « l’angoisse » de la toile blanche. Cette angoisse qui suscite l’excitation avant de poser la première touche de couleur. Ce geste primordial est important, si pas le plus important , car il génère  toute la suite du tableau.

C’est surtout vrai quand il s’agit de peinture abstraite qui exprime des formes et des couleurs uniquement pour elles-mêmes.

Lorsque je peins un paysage ou une nature morte, ce qui m’arrive encore de temps en temps,(c’est ce que j’appelle faire mes gammes), je ressens moins ce type d’émotion. Quand on est un temps soit peu doué pour le dessin, on n’éprouve aucune difficulté à représenter ce que l’on voit. Le travail sérieux vient ensuite lorsqu’il faut poser les couleurs et interpréter le sujet.

Il n’en n’a pas été de même lorsque j’ai basculé vers la peinture abstraite où là, le tableau s’élabore, parfois longuement dans mon esprit, avant d’appliquer le premier coup de pinceau. En principe, tout est dans ma tête; les formes et les couleurs, je les vois. Mais serai-je capable de les restituer sur ma toile ? Ce n’est pas évident. Je confesse qu’il m’arrive parfois de ne pas pouvoir atteindre exactement et du premier coup, le ton que je perçois.

En peinture abstraite, les artistes tirent leurs arguments de sources diverses qui reflètent les préoccupations sociales, intellectuelles ou philosophiques de leur temps. Chaque peintre abstrait a sa « recette ».

Personnellement, le passage du figuratif à l’abstrait s’est fait progressivement par le processus d’épurement des formes et  l’accentuation des couleurs de mes paysages. C’est vers 1965 qu’eut lieu le basculement total.

Je suis également musicien, et à cette époque, j’ai abandonné définitivement le violon et ai alors transposé mon appétence artistique de la musique vers la peinture. Ma recette était toute trouvée: étant textilien, j’avais eu des cours de teinturerie où la chromatique tenait évidemment une place importante.

J’ai alors établi un rapport entre la gamme chromatique composée de 12 notes d’égale valeur et le spectre des 12 couleurs fondamentales. Cette convention  a toujours été mon guide, quoique ayant évolué,dans la forme, avec les années. La musique reste toujours la référence de base des émotions qu’elle suscite et qui se répercutent sur ma toile.

Nos émotions nous offrent un voyage dans un monde en couleurs et nous surprennent là où on ne les attend pas. J’éprouve toujours un malin plaisir, une jouissance même, en mélangeant les couleurs, à la recherche du « ton juste ». C’est la magie du moment.

Peindre un abstrait, c’est communiquer par la couleur; c’est délivrer un message qui laisse la part belle à l’imagination, celle-ci reflétant nos émotions.

Musique et peinture sont intimement liées; dans les deux cas, il s’agit de sensations vibratoires, sonores pour l’une,visuelles pour l’autre.

Mais le plus important, c’est comprendre que ces sensations engendrent des émotions pour le spectateur, et pour le peintre,dont la toile finalement n’est qu’un miroir sur lui-même.

Wenceslas


DE ANGST VAN DE KUNSTSCHILDER

Achter zijn schildersezel in zijn atelier is hij alleen, wanhopig alleen.

Ik heb het gekend en ken het nog altijd de angst voor het witte doek. Die anst die opwinding  veroorzaakt voordat de eerste penseelstreek op het doek staat. Dit gebaar is belangrijk, zoniet het belangrijkste,  want dat bepaalt  het resultaat van het kunstwerk.

Dit is vooral waar,  wanneer het om een abstract werk gaat. Werk dat alleen in vormen en kleuren uitgedrukt wordt .

Wanneer ik een landschap of stilleven schilder, wat ik zo af en toe doe  (ik noem dit mijn toonladders spelen), voel ik deze emotie minder. Als je een beetje aanleg voor tekenen hebt is het niet moeilijk om weer te geven wat je ziet. Het serieuze werk komt wanneer de kleuren aangebracht worden.

Toen ik overging naar het abstracte werk was dat absoluut anders. Het schilderij zat vaak al lang in mijn hoofd, voordat ik de eerstepenseelstreek aanbracht. Alles zit dus in mijn hoofd, de vormen de kleuren ik zie het voor me, maar ben ik in staat om die op het doek over te brengen? Dat is niet vanzelfsprekend. Ik moet bekennen dat het mij niet altijd lukt om vanaf de eerste keer de juiste tint te hebben.

In de abstracte schilderkunst heeft iedere artiest zijn eigen verschillende bronnen: sociale, intelectuele of filosofische. Iedere abstracte kunstschilder heeft zijn ‘methode’.

De overgang van figuratief naar abstract is bij mij geleidelijk verlopen. Door de verfijning van vormen en kleuren in mijn landschappen vond rond 1965 de totale omslag plaats.

Ook muzikant zijnde ben ik in diezelfde periode definitief met viool spelen gestopt. Mijn artistieke gevoel  voor kunst werd van de muziek overgedragen naar het schilderen.  Werkzaam in de textielindustrie volgde ik verfcursussen waar de kleuren uiteraard een belangrijke plaats in namen. Hier vond ik mijn ‘methode’.

Ik heb toen een  gamma van 12 noten van dezelfde waarde en het spectrum van 12 essentiële kleuren gecomponeerd. Dit is altijd mijn leidraad gebleven hoewel er door de jaren heen een evolutie in de vorm is ontstaan. Muziek blijft de basisreferentie.  De ontroering van de muziek wordt weergegeven in  mijn werken.

Onze gevoelens bieden ons een reis aan in een kleuren wereld en verbazen ons daar waar men het niet verwacht.  Terwijl ik de kleuren meng  op zoek naar de juiste toon ondervind ik een schalks plezier genietend zelfs. Het is het wonder van het  ogenblik.

Een abstract werk maken is contact onderhouden met kleur;  een boodschap achter latend die de vrije loop laat aan onze gevoelens.

Muziek en schilderen zijn nauw met elkaar verbonden  voor de een klanken voor de ander visueel.

Het belangrijkste is te begrijpen dat deze gevoelens iets los maken bij de toeschouwer en bij de kunstschilder, waar het doek uiteindelijk een spiegel  naar hemzelf is.

Wenceslas

Laisser un commentaire